Woordenboek
Grenen
In tegenstelling tot Vuren is het spinthout en het kernhout op karakteristieke wijze qua kleur sterk van elkaar gescheiden (kernhoutboom). De leeftijd van de boom en groeiplaats bepalen het smalle tot brede spinthout (breedte 2 tot 10 cm, gewoonlijk 3 tot 6 cm) en is overwegend witgeel, lichtrood gekleurd. Het kernhout is vers roodlichtgeel, verkleurd echter zeer snel tot een typische lichtroodbruin tot roodbruine kleur.
De jaarringen zijn ten gevolge van het uitgesproken vroeghout-laathout verschil duidelijk van elkaar te herkennen. Ze meten gemiddeld 3 mm, kunnen echter afhankelijk van het groeigebied extreem smal (millimeterbreed) of breed (centimeterbreed) zijn. Tegenover het helgele vroeghout voornamelijk donkere, roodachtig tot roodbruine laathout zijn zowel de jaarringen alsook binnen de jaarringen aan beide zijden scherp afgetekend en het langsvlak is markant gevlamd cq gestreept. De talrijke harskanalen zijn duidelijk groter als bij Vuren of Lariks en zijn met het blote oog zichtbaar op het kopshout. Vers gekapt Grenen heeft een aangename hars-aromatische geur.
Eigenschappen:
Rechtdradig naaldhout met lichtrood tot roodbruin gekleurd kernhout en uitgesproken vroeg-laathout contrast en daarmee duidelijke jaarringenstructuur. Decoratief.
